zondag 23 mei 2010

Het is nu ongeveer 8u in de morgend. Ik neem mijn ontbijt zoals gewoonlijk de voorbije dagen in Flavor's. Dit eetcafe is tesamen met Saturday's cafe de meest betrouwbare tent op gebied van hygiene en eerlijke voedselbereiding. Het water dat uit de kraan loopt is in Nepal, net als in Sri Lanka trouwens, afkomstig van grote plastiek collectoren op de daken en dus niet direct drinkbaar. Mijn tanden poets ik met flessenwater.
Ik zit binnen maar aan het eerste tafeltje van de volledig open voorkant en heb zo een uitstekend uitzicht op al wat voorbijloopt. Een oudere monnik in wijnrode pij boven een heloranje shirt zwaait met hevig dampende wierook alles in een mistgordijn. De bedwelmende geur van de wierook vermengd zich met die van verse koffie. Ik hou het bij Nepalese thee met melk en een heerlijk echte croissant.
Qua eten valt het in Kathmandou best wel mee en ik heb dan ook minder darmproblemen dan in Sri Lanka.
Het klimaat is hier -weliswaar heet- niet meer tropisch en daar is mijn gevoelige huid dankbaar voor. We zitten ook al op een relatief stevige hoogte, al vind ik het vreemd vanuit de stad wel bergen maar geen typisch besneeuwde toppen te zien. Ze kunnen niet verdwenen zijn want ik heb ze vanuit het vliegtuig gezien.

Ondertussen wordt het steeds drukker rond de centrale stoepa. Duizenden mensen stappen in een stevig tempo, vooruitgestuwd door diegenen die achter hen komen, al dan niet de honderden gebedsmolens in de muur draaiende houdend. Daartussen maken enkele moedige exemplaren voortdurend volledige prosternaties, van rechtopstaand via verschillende handgebaren tot plat op de buik en met de armen vooruitgestrekt. Dit is Vashrayana, typisch Tibetaans boeddhisme. Voor de rest zie ik een zeer kleurrijk défilé (de eigenaar heeft me zopas geholpen om een accent op die e te krijgen maar dat kostte hem behoorlijk wat tijd, dus voortaan maar weer zonder ) waarin ook heel wat hindu's opvallen. Het kleurenpalet van hun kleding is duidelijk anders. Maar de stoepa blijkt ook hindu-elementen te bevatten en wordt alsdusdanig ook door deze mensen als een religieus bouwwerk beschouwd.

Aan het tafeltje achter mij zit een Amerikaan luidop boeddhistische gebeden in het Engels te prevelen. Enkele minuten geleden heeft hij een omelet met bacon besteld. Het vlees liefst 'crispy' gebakken.
Voor mij niet gelaten maar ik krijg er wel regelmatig een vluchtige oprisping van in de maagstreek. Vreemd maar die overdreven devotie -in sommige gevallen je reinste afgoderij- stoort meer indien geuit door een Westerling. Ik blijf voor iedereen en alles met respect mooi rechtopstaand.

Hare-Krishna-achtige gezangen worden afgewisseld door het monotoon reciteren van Tibetaanse monniken. Piepjonge monnikjes spelen voetbal op een zijdelings gelegen pleintje, de pij flink opgestroopt. Vliegtuigen vliegen erg laag af en aan, de luchthaven is vlakbij.
Het wemelt allemaal wat voor mijn ogen en wriemelt zich door mijn buis van Eustachius. Maar ik laat het niet tot aan mijn hart komen. Ik nip rustig van mijn thee en laat het een en ander geamuseerd over mij heenglijden.
Dit is Boudhanath, Kathmandu, anno 2010>

zaterdag 22 mei 2010

Na een voorspoedige maar vermoeiende vliegreis van Sri Lanka naar Nepal ben ik momenteel reeds een drietal dagen gelogeerd in Boudhanath ( 5km buiten Kathmandou ).Om mijn nieuwe bestemming te bereiken moest ik over Doha in Quatar vliegen en na een lange wachttijd verder naar de Nepalese hoofdstad. Al vlieg ik niet graag, het uitzicht op het Himalayagebergte vanuit het vliegtuigraampje maakte het de moeite waard. Maar door mijn oververmoeidheid ( ik ben meer dan 50 uren wakker gebleven ) was mijn eerste indruk van Nepal niet denderend. Een beetje zoals Sri Lanka maar alles veel erger: de armoede, de drukte, de stank, het zwerfvuil, het toerisme...! Het eerste guest-house dat ik kon vinden gaf mij de beschikking over een vuile kamer en zeer gebrekkig sanitair. De volgende ochtend, na een verkwikkende slaap, ben ik op zoek gegaan naar een beter logement dat ik gevonden heb in het 'Dungkar Guest-house'met zicht op de wereldberoemde stoepa. Deze zou de grootste ter wereld zijn met zijn hoogte van 38m en grondomtrek van 100m. Op het net kan je beslist vele afbeeldingen vinden, indrukwekkend bouwwerk! Boudha ( zoals dat hier afgekort genoemd wordt ) blijkt een bijzondere smeltkroes van culturen en sferen en ik heb meteen door dat ik vele dagen nodig ga hebben om dat allemaal rustig in mij op te nemen.

De tweede dag, toen ik op zoek ging naar een ontbijt, werd ik onmiddelijk omringd door jonge vrouwen met een baby op de arm, bedelend voor geld of eten. Toen ik voor eentje melkpoeder kocht, lieten de andere mij niet meer los. Naief geweest blijkbaar, maar weet vanaf nu hoe ik dat moet aanpakken. Had ook vrij snel door dat dit meisjes van ongeveer 16 jaar zijn met hun broertje of zusje en dat men de verkregen goederen terug doorverkoopt. Later merkte een Indische straatjongen op dat mijn sandaal kapot was en wilde hij die herstellen in ruil voor eten voor zijn familie. Ik heb voor deze mensen een zak rijst van 20kg en een vijfliterfles olie aangeschaft. Toen ik die meenam naar de sloppenwijk ( takken, karton en versleten plastiek zeilen! ) was ik niet enkel geschokt door de aanblik van deze armoede maar kwam ik ook terecht in een heuse ruzie tussen families want blijkbaar zouden deze voedingswaren ook verder vermarchandeerd worden. Een harde en schrijnende wereld.

Mijn nacht in Dungkar Guest-House was ok. Wel weer die onophoudelijk blaffende straathonden, net als in Sri Lanka. Blijkbaar een Aziatisch fenomeen.
Gisterenavond, bij mijn avondeten op een dakterras met uitzicht op de stoepa, een lang gesprek gehad met Andrea, een Canadese vrouw van mijn leeftijd. Zij woont al vele jaren met haar dochter in Kathmandou, daarvoor in Singapore. Zij gaf mij een snelcursus Nepalese cultuur maar maakte mij ook wegwijs in de minder zichtbare kantjes. Een boeiende dame, wel ietwat kierewiet ( van vroeger softdrugsgebruik? )en iemand die moeilijk in je ogen kan kijken.
Er is in deze smeltkroes van exotisch boeddhisme en al dan niet spiritueel bedoeld toerisme een aparte wereld verborgen met heuse krachtmetingen tussen diverse boeddhistische clans. De Chinese communistische inmenging is ook overduidelijk voelbaar. Blijkbaar wil China beletten dat de Tibetaanse invloed in Nepal te groot wordt want die gemeenschap is inderdaad bijzonder talrijk en prominent aanwezig, vooral in Boudha met een vijftal kloosters rond de stoepa.
Het portret van de Dalai Lama hangt in elk van de tarijke shops met typisch Nepalees-Tibetaanse spullen en boeddhabeeldjes, klankschalen, gebedsvlaggetjes en mandala's in alle maten en kleuren.

Ondertussen heb ik al enkele opvallende figuren ( waaronder een amusante Brusselaar ) leren kennen die hier duidelijk gesetteld zijn, sommigen reeds van tijdens de hippieperiode van vorige eeuw. Ook opvallend: jonge monniken met de gsm in de hand op een zware motor, opvallend veel mooie en jonge Aziatische meiden in modieuze outfit, bedwelmend sfeervolle meditatiemuziek maar ook af en toe Westerse commerciele muziek.
Gelukkig zie je hier ook nog echte Nepalese mannen, vrouwen en kinderen, niet zelden in traditionele klederdracht en haartooi, en dan merk je hoe een fier en mooi volk dat is.

Ik overweeg een trekking in de bergen van enkele dagen, echter niet te hoog want dan moet ik speciale kleding aanschaffen. Weet ook nog niet of ik dat met of zonder een gids ga doen. Wil zeker niet de toerist gaan uithangen maar zoek graag de rust en de stilte op in deze 'heilige gebieden' sinds mijn verblijf in het magische Nilambe.
Hier is het mij te druk voor een langer verblijf en mijn eerste cursus in Kopan Monastery begint pas op 13 juni. Voorlopig ga ik Andrea's raad opvolgen en voor alles rustig mijn tijd nemen. Dat is trouwens het ritme van de echte Aziaat.

donderdag 13 mei 2010

Morgen is het weeral een maand geleden dat ik nog iets op deze blog geplaatst heb en binnen 8 dagen vertoef ik exact drie maanden in Sri Lanka. Tijd is een vreemd iets want ofschoon elke dag hier voorbij lijkt te vliegen, voelen die maanden eerder als jaren aan. Echter niet ongewoon als je zoveel nieuwe indrukken, emoties en overpeinzingen door je geest ziet snelwandelen.
Al is het leven op onze planeet overal niet zo verschillend van mekaar en blijken de menselijke basisbehoeftes eerder eender, het Oosten is toch zeker ook niet het Westen. Op klimatologisch gebied bijvoorbeeld, om maar een item te vernoemen: hier is het regenseizoen op volle toeren en dat blijkt heviger dan anders. Dagelijks krijgen we bijzonder hevige onweders met bijhorende stortbuien te verwerken. In het meditatiecentrum Nilambe, dat op de top van een van de hoogste bergen in Sri Lanka gelegen is, werden de bliksemflitsen vrijwel ogenblikkelijk gevolgd door de donder. Eenmaal was deze laatste zo luid dat de ruiten van de meditatieruimte het zeker zouden begeven hebben indien zich daar geen open ventilatieroosters boven zouden bevinden. Nilambe is een schitterende locatie, omgeven door het mooiste en beste wat de ongerepte tropische natuur te bieden heeft, maar het is naar Westerse normen niet echt toegerust op zoveel geweld als deze natuur zijn donkerste zijden laat zien. Overal lekkende daken, nergens een degelijke schuilplaats, je was die niet meer droogt, je persoonlijke ruimte die enkel voldoende plaats biedt om te slapen en bovenal de overal aanwezige bloedzuigers. De Sri Lankanen maken er geen punt van maar wij westerlingen zijn er bijna panisch voor: die engerds kruipen ongemerkt via je voeten naar belangrijke kruispunten hogerop en als je de grote bloedplekken opmerkt, is het kwaad reeds geschied. Bovendien is dat bloeden moeilijk te stelpen en dat beperk je bewegingsruimte. Afin, de tropen dus...

Maar op het vlak van de persoonlijke beleving was het een tijd van rijke ervaringen
( ik heb het centrum voorbije maandag definitief verlaten, daarover verder meer ).
Het vele mediteren brengt heus een verandering teweeg in je geest -ik word daar heel rustig en ontspannen van- maar ook het dagelijks samenleven met mensen van heel diverse nationaliteiten en dito culturen, al verliep dat voor het overgrote deel in totale stilte, bracht een rijke ervaring met zich mee. De omstandigheden in het centrum deden ons nadenken over de vele mentale en lichamelijke vergiften waaraan wij in onze samenleving blootgesteld worden of onszelf, al dan niet bewust, van afhankelijk maken. Je kan vele slechte gewoontes thuislaten en jezelf in omstandigheden brengen die je beletten aan deze gewoontes toe te geven, maar er zijn echter 'habit-energies' die je overal mee naartoe sleurt en die enkel kunnen uitdoven door ze te transformeren i.p.v. te reizen. Deze reis betekent voor mij dus geen vlucht.
Het is echter geenszins simpel om van onze vergiften bevrijd te geraken. Televisie, internet, reclame... ze bestoken onze hebzucht voortdurend, en dat is niet anders in een arm en boeddhistisch land. Steden kennen hier geen cultureel centrum, geen wooncentrum, helemaal geen centrum trouwens, ze zijn een loutere aaneensluiting van shops en winkeltjes. De lege verpakkingen van de consumptiegoederen worden gewoon op straat gesmeten. Thich Nath Hanh heeft volgens mij gelijk wanneer hij stelt dat, eenmaal de negatieve zaden in ons lager opslagbewustzijn water hebben gekregen, ze naar het hoger gelegen geestelijk bewustzijn opschuiven en daar actief beginnen te worden. We kunnen dus maar best de positieve zaden, van mededogen bv , water geven.

Maar ja, ik ga Sri Lanka, waarvoor mijn visumgeldigheid weldra verloopt, spoedig inruilen voor het hoger gelegen Nepal ( mijn vlucht is op woe 19/5 ). Ik heb de laatste jaren meermaals gedacht dat de wereld uitsluitend met Belgische ogen bekijkend, een te enge levensfilosofie oplevert. Ik trachtte mijn blik te verruimen door boeken te lezen en in mijn fantasie de wereld rond te reizen. Ik ben tevreden en dankbaar nu ook echt aan de andere kant te vertoeven en het vooruitzicht binnenkort aan de voet van de Himalaya te verblijven vind ik best opwindend. Al moet ik daar eens te meer een veilige en vertrouwde plek voor opgeven, richting een onzekere toekomst.

Er is nog zo ontzettend veel te vertellen, ik ben reeds aan een tweede dagboek aan het schrijven en heb al tientallen pentekeningen gemaakt ( i.p.v. foto's, heb bewust geen camera mee ). Maar ik ga hier eindigen voor vandaag. Mijn hoofd voelt zwaar en nek doet pijn van zo dicht op dit klavier te hangen, een dubbelzichtbril wordt onvermijdelijk. Bovendien staat hier al de gehele tijd een gewapende soldaat over mijn hokje te gluren. Dit is de eerste keer in het internetcafe maar een gewoonte in de suppermarkt en op straat. Het geeft mij een ongemakkelijk gevoel. De burgeroorlog mag dan al verleden tijd zijn, de sporen en diepe littekens zijn nog overal aanwezig want ook in het centrum van het land dienen Sinhalezen en Tamils met elkaar te leren leven.
Denk aan jullie met warmte en metta.