In de Sutapitaka (niet de Sutrapitaka, die langere tijd na de Buddha's intrede in het Paranirwana geschreven is en veel minder originele leringen want meer latere interpretaties bevat en bovendien in het Sanskriet geschreven is, een latere vorm van het Maghadi, de heersende taal tijdens Sakhyamuni's leven, dan het Pali) leert de Buddha ons dat wanneer iemand niet naar je luisteren wil, je best deze persoon de rug toekeert en weg wandelt. Je kan enkel jezelf transformeren en bent in de eerste plaats verantwoordelijk voor jezelf. "Vertrouw enkel op jezelf (rely on), op niemand anders" aldus zijn laatste woorden vooraleer deze aarde voorgoed te verlaten.
Mijn bijzonder teleurstellende ervaringen met de uiterst slecht luisterende Vietnamese bevolking, met name vooral in de Tu Hieu Pagoda en bij de meerderheid der jongeren en niet in het minst bij Chung, dwingen mij tot drastische maatregelen. Ik ga haar niet meer opzoeken, noch telefoneren of berichten sturen. Wanneer ze wel bereid is om te luisteren moet ze daar tijd voor vrijmaken en mij komen bezoeken. Ze hield zich niet aan haar belofte om bij het begin van deze maand een van haar twee jobs op te geven en richt zo zichzelf stilletjes ten gronde. Ze is, zonder het te willen beseffen, een zware maagzweer aan het creeeren en begint er steeds slechter uit te zien. Ze koestert zich in haar slachtofferrol, het hart overlopend van zelfcompassie, en laat zich willens nillens misbruiken door haar egoistische familieleden. De totaal ongepaste Vietnamese tradities eisen dat de zonen, wanneer die huwen, enkel steun verlenen aan de eigen familie en niet aan die van hun vrouw. Maar haar twee oudere en gehuwde broers weigeren zelfs die verantwoordelijkheid en laten hun ongehuwde zus daar voor opdraaien. Haar twee oudere zussen voelen zich enkel verantwoordelijk voor de familie van hun echtgenoten. Het is niet omdat het 's lands traditie is dat dit goed te praten valt.
Ik kan enkel met haar praten tijdens haar werkuren maar het volkomen getolereerde, onbeschofte gedrag van de Vietnamezen laat geen ruimte voor privacy en dringt zichzelf zonder respect steeds op de voorgrond. Je kan de wijze waarop het verkeer zich organiseert als de wet van de sterkste, de brutaalste, best als voorbeeld nemen voor het gehele sociaal-communicatieve gedrag.
Bovendien heeft Chung, een volbloed steenbok als zonneteken (in de oude Perzische astrologie zijn er duidelijke onderscheiden tussen de vrouwelijke en mannelijke elementen binnen eenzelfde teken), veel last van menselijk opzicht en een sterk koppig karakter. Zo is ze in de eerste plaats beducht voor de wijze waarop haar stevig roddelende omgevig over haar denkt en spreekt. Ze wil niet dat de anderen op haar werk zien of horen wat er tussen ons omgaat maar gunt mij ook geen ogenblik van haar schaarse vrije momenten. Ze wil dat ik er ben maar eenmaal daar negeert ze mij totaal of behandeld ze mij als een doodgewone klant. De grofste belediging die je iemand kan aandoen, is hem of haar te negeren.
Ze vindt zichzelf een arme sukkel maar draagt elke dag een nieuw modieus bloesje en een andere lange broek. Ze eet driemaal dagelijks een degelijke maaltijd. Nog nooit heeft ze een echt arme familie, zoals ik die ben tegengekomen op mijn motortocht doorheen de afgelegen gebieden, bezocht. In de bars waar ze werkt staat de godganse dag de tv aan, afgestemd op westerse zenders die met hun voortdurende commerciele boodschappen de Vietnamese jongeren afgunstig maakt.
Ze denkt mij een lesje in boeddhistische ethiek te moeten leren maar kent enkel de bijgelovige kant van de leer. Een enkele maal geeft ze mij een duidelijk signaal mij graag te zien maar feitelijk gunt ze het zichzelf niet van graag gezien te worden. Ze is, zoals vele jongeren, niet vies van een leugentje maar zelf roddelt ze niet over de anderen. Ze beschikt over een zeer goede inborst maar geeft dat zaadje te weinig water. Vanaf nu is het initiatief aan haar.
Een bijna identiek verhaal in de Tu Hieu Pagoda. De jonge monniken weigeren naar mij te luisteren en beledigen mij voortdurend door hun afspraken met mij niet te na te komen of ongevraagd mijn materiaal weg te nemen. Ze voelen zich oh zoveel belangrijker in hun boeddhistische gewaden maar kunnen niet leven volgens de Vinayapitaka (die ze trouwens amper kennen). Ze weigeren categoriek om de door mij opgehangen bordjes, met de vraag om niet meer met hun motoren in de tuin van de pagoda rond te rijden, op te volgen. En net zoals Chung en vele andere jongeren kunnen ze de waarheid niet onder ogen zien, laat staan verdragen wanneer uitgesproken door een 'buitenlander'.
Ik besluit vanaf nu hen allemaal de rug toe te keren en weg te wandelen. Ik blijf echter bereid opnieuw naar hen te luisteren wanneer ze daar met het nodige respect om vragen. Ik verblijf momenteel in DaNang omdat ik dringend aan wat rust en opladen van mijn batterijen toe was maar ik vind geen van beiden in deze stad. Maandag eerstkomend ga ik de rest van mijn bagage oppikken in Hue City en vertrek ik naar HoiAn. Daar ben ik nog nooit geweest en naar verluid zijn er daar vele pagoda's waar ik rustig verder aan mezelf kan werken en mijn 'Restaurants of the Heart' project kan voorbereiden. In tussentijd dien ik mijn visum te verlengen. Ik heb vernomen dat de mogelijkheid bestaat om een 'multiple entry visa' voor vijf jaren te bekomen.
Ik ben geen opgever maar ook geen snul.
zondag 10 juli 2011
woensdag 6 juli 2011
Ben vandaag, tezamen met Vinh, drie nieuwe, burgerlijke outfits gaan kopen. Degelijke, katoenen kleding, gemaakt in Vietnam en volgens de heersende modelijn. Ik ga vanaf nu geen boeddhistisch aandoende kleding meer dragen. Men mag mijn aspiraties op- of bemerken, komende vanuit mijn hart en niet meer vanuit mijn uiterlijk voorkomen. Tweede fase van mijn missie. De eerste fase, betonen van mijn respect via het vermijden van onderscheid, is voorbij want werd toch niet begrepen zoals bedoeld. In Sri Lanka en Thailand eiste men in de kloosters dat ik de, door hun opgelegde kleding droeg. Zelfs in de Huong Phap Pagoda in Saigon diende ik het gepaste uniform te dragen. Echter in de verloederde atmosfeer van Thu Hieu, en bij uitbreiding in heel Centraal-Vietnam, begrijpt men dit signaal van respect niet meer.
Eenmaal wat dieper doordringend in de plaatselijke cultuur, bemerk ik steeds meer hoe weinig kaas men hier gegeten heeft van omgang met buitenlanders. Het is geenszins te vergelijken met de wijze waarop wij geconfronteerd en zelfs verplicht worden om met andere rassen samen te leven. Achter hun facade van vriendelijkheid schuilt een fier en gekwest volk dat al te vlotjes wil meedraaien in de materialistische wereldcultuur. Uiteindelijk laten vele jongeren hun waar gelaat van zelfzuchtige en onrustige weeldezoekers zien. Ook zo de jonge monniken, die zich graag laten respecteren maar naar verluidt zelfs geregeld opduiken in bars om te stoeien met de jonge meiden. Het kost mij bijzonder veel moeite om ze te laten luisteren naar mijn ware missie en dagelijks vernederen ze mij of trappen ze ongehoord op mijn hart. Ik zal me hierdoor niet laten ontmoedigen, ik ben een vastbijter, anders had ik het nooit zo lang volgehouden gedurende mijn onderwijsloopbaan.
Mijn twee projecten, het 'Basic English Education Program Via The Correct Application Of The Dharma' en 'The Restaurants Of The Heart' komen bijzonder moeilijk van de grond want krijgen meer tegen- dan meewerking. Maar anderzijds kom ik wel een enkele maal een correct persoon tegen die mij begrijpt en wil steunen. Zoals de jonge overste van het nonnenklooster die mij wil helpen bij mijn toespraak, volgende donderdag, tegenover de hele sangha. Of zoals Vinh en Duc, die steeds meer vrienden i.p.v. commerciele dienstverleners worden. Vandaag ontmoette ik Thanh, een dertigjarige ingenieur, die een bijzonder groot hart vertoonde en op een scherpe wijze het dagelijks gedrag van zijn landgenoten weet te observeren. Ik heb goede bondgenoten nodig om te slagen in mijn opzet. "Maar je zal het Vietnamese gedrag nooit kunnen veranderen" vertelde Tanh mij. "Dat weet ik" antwoordde ik hem, "Zulks is ook geenszins mijn bedoeling. Maar ik kan wel enkele goede zaadjes zaaien en die kunnen vervolgens beginnen groeien." Ik legde hem uit dat ook wij zijn ontstaan uit een enkele zaadcel die in contact diende te komen met een enkele eicel. Hij knikte instemmend en zei dat ik 'an exciting person' ben. Niet ik, maar het leven zelf is opwindend, of spannend zoals je wil.
Eenmaal wat dieper doordringend in de plaatselijke cultuur, bemerk ik steeds meer hoe weinig kaas men hier gegeten heeft van omgang met buitenlanders. Het is geenszins te vergelijken met de wijze waarop wij geconfronteerd en zelfs verplicht worden om met andere rassen samen te leven. Achter hun facade van vriendelijkheid schuilt een fier en gekwest volk dat al te vlotjes wil meedraaien in de materialistische wereldcultuur. Uiteindelijk laten vele jongeren hun waar gelaat van zelfzuchtige en onrustige weeldezoekers zien. Ook zo de jonge monniken, die zich graag laten respecteren maar naar verluidt zelfs geregeld opduiken in bars om te stoeien met de jonge meiden. Het kost mij bijzonder veel moeite om ze te laten luisteren naar mijn ware missie en dagelijks vernederen ze mij of trappen ze ongehoord op mijn hart. Ik zal me hierdoor niet laten ontmoedigen, ik ben een vastbijter, anders had ik het nooit zo lang volgehouden gedurende mijn onderwijsloopbaan.
Mijn twee projecten, het 'Basic English Education Program Via The Correct Application Of The Dharma' en 'The Restaurants Of The Heart' komen bijzonder moeilijk van de grond want krijgen meer tegen- dan meewerking. Maar anderzijds kom ik wel een enkele maal een correct persoon tegen die mij begrijpt en wil steunen. Zoals de jonge overste van het nonnenklooster die mij wil helpen bij mijn toespraak, volgende donderdag, tegenover de hele sangha. Of zoals Vinh en Duc, die steeds meer vrienden i.p.v. commerciele dienstverleners worden. Vandaag ontmoette ik Thanh, een dertigjarige ingenieur, die een bijzonder groot hart vertoonde en op een scherpe wijze het dagelijks gedrag van zijn landgenoten weet te observeren. Ik heb goede bondgenoten nodig om te slagen in mijn opzet. "Maar je zal het Vietnamese gedrag nooit kunnen veranderen" vertelde Tanh mij. "Dat weet ik" antwoordde ik hem, "Zulks is ook geenszins mijn bedoeling. Maar ik kan wel enkele goede zaadjes zaaien en die kunnen vervolgens beginnen groeien." Ik legde hem uit dat ook wij zijn ontstaan uit een enkele zaadcel die in contact diende te komen met een enkele eicel. Hij knikte instemmend en zei dat ik 'an exciting person' ben. Niet ik, maar het leven zelf is opwindend, of spannend zoals je wil.
maandag 4 juli 2011
Ik wil de Vietnamese overheid ervan overtuigen dat ik hier niet ben om hun tegen te werken, integendeel, ik wil juist graag samenwerken ten behoeve van de armste mensen onder de bevolking. Communisme met een menselijk gelaat staat zeer dicht bij de boeddhistische idealen.
Ik wil, naar het Franse voorbeeld van wijlen Coluche, een eerste 'Resto du coeur' openen. Een bescheiden eetgelegenheid waar hulpbehoevenden dagelijks een gezonde maaltijd kunnen nuttigen tegen een voor hen betaalbare prijs. Chung, mijn Vietnamese vriendin, kan goed koken en heeft een aangeboren gevoel voor wat gezonde voeding is en een groot hart dat voor iedereen steeds zorg wil dragen. Indien ik erin slaag om financiele en logistieke ondersteuning vanuit Belgie te krijgen, kan dit meteen vele voordelen voor alle belanghebbende partijen opleveren. Indien het mij lukt om dit eerste project tot een geslaagde onderneming te maken, kunnen we op termijn meerdere resto's oprichten in verscheidene grote steden van het land. Dit zou meteen een begin kunnen worden van een goede samenwerking tussen overheid en boeddhisten, mij in de gelegenheid kunnen stellen langer in het land te verblijven zonder het wantrouwen onterecht op te wekken, de armste mensen te helpen met voeding en raad, zodat die uiteindelijk zichzelf kunnen beredderen. Zo zijn Vinh en ikzelf momenteel voor een dakloze vriend van hem een 'shoe box' aan het maken zodat die jonge man in staat komt om voor zichzelf te zorgen. Deze straat-schoenmakers leveren prima werk en worden daarom gewaardeerd door buitenlandse toeristen. Ikzelf doe regelmatig een beroep op hen, laatst nog om mijn dure Teva-sandalen te laten herstellen en om een dik Thu Phap penseel terug te laten lijmen. Vietnam barst van de creatieve en werklustige jonge mensen die hun toekomst willen verbeteren en daar wil ik graag mee mijn schouders onder zetten.
Gisteren hoorde ik een heel mooi Vietnamees lied met een warme inhoud en een prachtig-gevoelige saxofoonbegeleiding. Ik legde de jongeren op het terrasje uit dat dit instrument is gecreeerd door Adolph Sax, een Belg uit Brussel. Een symbool voor toekomstige samenwerking en verbroedering tussen beide landen? De dochter van de eigenaar van het guest house waar ik momenteel overnacht, werkt voor de plaatselijke overheid (dienst buitenlandse samenwerking) en stelt mij een onderhoud voor om mijn plannen tot samenwerking te komen voorstellen. Indien dit gunstig verloopt, men bereid is naar mij te luisteren, hoeft de politie mij niet meer tot in het klooster te achtervolgen.
Ik wil dit bericht kort houden met een duidelijke vraag aan de lezers van deze blog.
Wie kan en wil mij helpen, onder eender welk vorm, om het 'resto du coeur' plan op te starten?
Je kan reageren via deze blog of via mijn e-mail adres: claesivo5@gmail.com
Ik beloof op iedere reactie te zullen antwoorden maar geef me enige tijd daarvoor.
Ik heb momenteel veel werk met mijn de voorbereiding van mijn lessen basiskennis van de Engelse taal, correcte interpretatie van de Dharma en notities over het Tibetaans en Theravada boeddhisme, in de Tu Hieu Pagoda. De jonge en veelal ongedisciplineerde monniken verstaan weinig Engels en zijn bovendien, zoals zovele Vietnamese jongeren, te ongedurig om goed te kunnen luisteren. Een eervolle maar allesbehalve makkelijke opdracht.
Daarnaast ben ik begonnen met mijn tekeningen op een bescheiden wijze in productie te brengen en wil ik zo extra geld binnenkrijgen om van start te gaan met het eerste resto. Ik dien daarvoor mijn visa te verlengen en een huisje te huren.
Ook wil ik, indien mogelijk, dagelijks blijven oefenen om mijn vaardigheid in het Thu Phap schilderen verder te ontwikkelen.
Ik heb het bamboehuis in de tuin van het klooster tot een tempel, annex schooltje ingericht en dat moet dagelijks onderhouden worden.
Verder wil ik de monniken leren zingen en staat er een muziekproject aan te komen in samenwerking met een uiterst begaafd Vietnamees muzikant. Op termijn is het de bedoeling om samen een cd uit te brengen.
En ik zou wat meer moeten slapen.
Ik wil, naar het Franse voorbeeld van wijlen Coluche, een eerste 'Resto du coeur' openen. Een bescheiden eetgelegenheid waar hulpbehoevenden dagelijks een gezonde maaltijd kunnen nuttigen tegen een voor hen betaalbare prijs. Chung, mijn Vietnamese vriendin, kan goed koken en heeft een aangeboren gevoel voor wat gezonde voeding is en een groot hart dat voor iedereen steeds zorg wil dragen. Indien ik erin slaag om financiele en logistieke ondersteuning vanuit Belgie te krijgen, kan dit meteen vele voordelen voor alle belanghebbende partijen opleveren. Indien het mij lukt om dit eerste project tot een geslaagde onderneming te maken, kunnen we op termijn meerdere resto's oprichten in verscheidene grote steden van het land. Dit zou meteen een begin kunnen worden van een goede samenwerking tussen overheid en boeddhisten, mij in de gelegenheid kunnen stellen langer in het land te verblijven zonder het wantrouwen onterecht op te wekken, de armste mensen te helpen met voeding en raad, zodat die uiteindelijk zichzelf kunnen beredderen. Zo zijn Vinh en ikzelf momenteel voor een dakloze vriend van hem een 'shoe box' aan het maken zodat die jonge man in staat komt om voor zichzelf te zorgen. Deze straat-schoenmakers leveren prima werk en worden daarom gewaardeerd door buitenlandse toeristen. Ikzelf doe regelmatig een beroep op hen, laatst nog om mijn dure Teva-sandalen te laten herstellen en om een dik Thu Phap penseel terug te laten lijmen. Vietnam barst van de creatieve en werklustige jonge mensen die hun toekomst willen verbeteren en daar wil ik graag mee mijn schouders onder zetten.
Gisteren hoorde ik een heel mooi Vietnamees lied met een warme inhoud en een prachtig-gevoelige saxofoonbegeleiding. Ik legde de jongeren op het terrasje uit dat dit instrument is gecreeerd door Adolph Sax, een Belg uit Brussel. Een symbool voor toekomstige samenwerking en verbroedering tussen beide landen? De dochter van de eigenaar van het guest house waar ik momenteel overnacht, werkt voor de plaatselijke overheid (dienst buitenlandse samenwerking) en stelt mij een onderhoud voor om mijn plannen tot samenwerking te komen voorstellen. Indien dit gunstig verloopt, men bereid is naar mij te luisteren, hoeft de politie mij niet meer tot in het klooster te achtervolgen.
Ik wil dit bericht kort houden met een duidelijke vraag aan de lezers van deze blog.
Wie kan en wil mij helpen, onder eender welk vorm, om het 'resto du coeur' plan op te starten?
Je kan reageren via deze blog of via mijn e-mail adres: claesivo5@gmail.com
Ik beloof op iedere reactie te zullen antwoorden maar geef me enige tijd daarvoor.
Ik heb momenteel veel werk met mijn de voorbereiding van mijn lessen basiskennis van de Engelse taal, correcte interpretatie van de Dharma en notities over het Tibetaans en Theravada boeddhisme, in de Tu Hieu Pagoda. De jonge en veelal ongedisciplineerde monniken verstaan weinig Engels en zijn bovendien, zoals zovele Vietnamese jongeren, te ongedurig om goed te kunnen luisteren. Een eervolle maar allesbehalve makkelijke opdracht.
Daarnaast ben ik begonnen met mijn tekeningen op een bescheiden wijze in productie te brengen en wil ik zo extra geld binnenkrijgen om van start te gaan met het eerste resto. Ik dien daarvoor mijn visa te verlengen en een huisje te huren.
Ook wil ik, indien mogelijk, dagelijks blijven oefenen om mijn vaardigheid in het Thu Phap schilderen verder te ontwikkelen.
Ik heb het bamboehuis in de tuin van het klooster tot een tempel, annex schooltje ingericht en dat moet dagelijks onderhouden worden.
Verder wil ik de monniken leren zingen en staat er een muziekproject aan te komen in samenwerking met een uiterst begaafd Vietnamees muzikant. Op termijn is het de bedoeling om samen een cd uit te brengen.
En ik zou wat meer moeten slapen.
Abonneren op:
Posts (Atom)