dinsdag 16 juli 2013

Heb reeds vier blogartikels aangezet en weer uitgevaagd. Het werkt voor geen meter meer. Ik vind telkens opnieuw al dat geschrijf zinloos. Vind de woorden niet meer. En of dat ook noodzakelijk is...

Begrijp me echter niet verkeerd. Ik blijf eenieder in mijn leven belangrijk vinden. Zelfs al voel ik steeds meer de behoefte me af te zonderen. Ja, ik heb jullie allemaal nodig. Zonder jullie ben ik niets. Een enkel grassprietje in een verdorde vlakte. Maar dat sprietje heeft momenteel niets meer te vertellen, al zeker niet te beleren. Leraar zijn? Mogelijk moet ik eerst mezelf wat bijstellen, bijscholen.

Mag ik die tijd vragen voor mezelf? Mezelf in de spiegel bekijken en enorm schrikken? Vol schroom, desolaat en vertwijfeld een kleine ontdekkingsreiziger te zien staan. Een mannetje dat desondanks alle inspanningen en zoektochten niet verder is gekomen dan het besef dat hij nog altijd moet afrekenen met zijn kwaadheid, begeertes en onwetendheid?

Een mannetje met al te grote ambities. Niet om het te maken als mens, zogenaamd om te slagen in het professionele leven. Neen, groter. Een mannetje dat een bodhisattva wil worden. Zo eentje met de gelofte: Hoe talloos de levende wezens ook zijn, ik beloof ze alle te redden.
Al blijf ik bij deze gedachte, ik zal nog hard moeten werken. Veel harder dan ik ooit heb moeten doen om mijn brood en dat van mijn gezin te verdienen. Al zal daar ongetwijfeld de eerste en belangrijkste aanzet gezet zijn. Mogelijk de enige die er echt toe deed.

Zen, gebaseerd op de Tao, zit boordevol tegenstrijdigheden. Het is een labyrint waarbij je steeds weer uitkomt bij het begin.

zaterdag 13 juli 2013

"Mens worden is een werk van verschrikkelijk lange adem, schrijft de Saint-Exupery...En dat mens worden ligt niet in het vinden van antwoorden, niet in het bereiken van wat dan ook. Neen, het ligt in het zoeken, in het geduldig wachten, in het standhouden, ook daar waar je niets hoort. Het ligt in het werken. En weer opnieuw in het werken. En in de discipline. Eindeloos."*

Wat hier bedoeld wordt met 'werken' is het werken aan jezelf. Het feit dat je de diepste waarheid van het bestaan niet buiten jezelf moet zoeken want dat je dan ook jezelf daarvan buitensluit. In deze zoektocht naar het diepste, intieme (maar niet seksuele) en woordeloze contact met de of  het andere, in een wanhopige poging de existentiele eenzaamheid van het 'afgescheiden-zijn' te overwinnen en toch enigszins een zekere houvast te vinden, willen we pasklare antwoorden, werkzame modellen of voorbeelden. Maar niets of niemand kan je vragen beantwoorden. Integendeel, de vraag stellen is ze reeds beantwoorden. Volgens de Saint-Exupery, die zich nochtans niet bekende tot een duidelijke religieuze strekking, is de grootste genade van het gebed juist dat je geen antwoord krijgt.

Zo ook voor het oorspronkelijke, Chinese Ch'anboeddhisme. We mediteren niet met de bedoeling iets te bereiken. Er valt gewoonweg niets te bereiken, te vinden of vast te pakken. Het 'oorspronkelijke gelaat' der dingen, -ook alweer zo'n goed bedoelde conceptuele maar versteende uitdrukking zoals het 'nirwana'-, valt nergens te bespeuren in de ons vertrouwde dimensies. En de bekende uitdrukking uit de Hartsuttra: 'vorm is leegte, leegte is vorm', zal ons weinig helpen in de vertwijfeling over het mysterie van het bestaan. Er rest ons bijgevolg niets anders dan gewoon verder te gaan met ons leven, te ademen en te werken. Weliswaar blijgemoed en vol vertrouwen want de schoonheid die ons omringt, indien we er onze aandacht kunnen op zetten, getuigt van het feest waarvan wij deelgenoot mogen zijn. Ik ben geen pessimist, daarvoor vind ik het leven ondanks alles te waardevol. Dat de mensheid niet perfect is -ik hoef daarvoor enkel maar naar mijn persoonlijk handelen te kijken- mag er ons niet van weerhouden ook de puurheid in de ogen van een kind te kunnen zien.

Op 23 juli, vandaag binnen 10 dagen dus, vertrek ik opnieuw naar Vietnam. Niet meteen een makkelijke beslissing. Zal het nooit zeker weten of ik hier, in mijn zogenaamd thuisland, alles afgerond heb wat ik diende te doen of te verwezenlijken. Er blijven onopgeloste zaken, vragen, verwachtingen en niet ingevulde dankbetuigingen ten over. Wat kan ik doen?
Om het met de woorden van de hedendaagse zenmeester en filosoof  Shin'ichi Hisamatsu te zeggen in zijn eenmalige levens-koan: "Precies hier en nu, als niets werkt, wat ga je dan doen?"*

Ik ga terug op reis naar een onzekere toekomst. Na meer dan drie jaren omzwervingen in Centraal- en Zuid-Oost Azie weet ik precies minder dan tevoren. Goed zo, misschien is dat het begin van de wijsheid.

Hoe dan ook, ik keer terug naar mijn uitgangspunt: vastbetreden paden leiden enkel terug naar het verleden. Naar waar je vandaan komt. Over dat verleden kan je met dankbaarheid of terughoudendheid terugblikken maar veranderen kan je het niet meer. Spijt zal mijn rugzak louter zwaarder maken. Niet dat ik die spijt niet ervaar of waardeloos vind, ik kan enkel werken. Niet louter van land verwisselen maar reizen door mijn bestaan. Me trachten los te maken van wat niemand vooruit helpt. Leven als de vlinder die zich constant te pletter vliegt op de wanden van de koperen klok en uiteindelijk zijn lot aanvaardt wanneer hij zich, overmand, laat vallen in de grenzeloze vrijheid van het bestaan.

Maha Karuna: het grootst mogelijke mededogen voor al wat bestaat. Als wezenlijk onderdeel van het bestaan ben ik dat verplicht aan mezelf. Echter wel met het besef dat ik mag leven bij de gratie van wie mij liefheeft. Ik hou met heel mijn hart van alles en iedereen, zonder ooit de mogelijkheid van dat gevoel te kunnen vasthouden of bestendigen. Ik moet weer op weg, opnieuw gaan reizen en alles loslaten. Waar ik echter ga of sta, ik zal iedereen vasthouden in mijn hart. De enige plek die er voor mij toe doet. Ben niet geboren om vast te roesten.

* Citaten uit 'Meer dan een mens kan doen. Zentoespraken' door Ton Lathouwers. Uitgeverij Asoka, Rotterdam 2000.

donderdag 27 juni 2013

"Sluit nooit de deur achter je met een rancune. Los je conflicten op vooraleer je het huis verlaat want je weet nooit of je nog weerkeert."
Aan het woord is mijn vader, nu ook zoal weer 52 jaren uit het leven verdwenen. Op een oktoberdag in 1961 werd hij betrokken in een verkeersongeval en is nooit meer kunnen thuiskomen. In zijn korte leven liet hij wijsheid, vriendschap, liefde en een grote leegte achter. Ik heb nochtans veel aan hem te danken: het leven en het begin van een levenslange spirituele zoektocht. 'Dat wat ons verwondt, is wat ons geneest.'*

'Het leven is een trein en geen treinstation. Het komt er echter op neer te reizen en niet zomaar van land te verwisselen.'*
Blijkbaar zitten we allemaal op de trein van het leven, weliswaar niet in dezelfde wagon. De dood betekent voor mij daarbij geen eindstation. We reizen dan verder doorheen de tijdloze ruimte. Leven en sterven onlosmakelijk verbonden; twee uiterste punten aan een begrensd lijnstuk dat daarbuiten in beide richtingen tijdloos uit deint. Een alsmaar herhalend gebeuren dat zich enkel kan oplossen in het nirwana wanneer de algehele verlichting de onwetendheid opheft en de egogerichte levensbegeerte volledig uitdooft. De versmelting met de Universele Energie, waaruit alles opkomt en weer verdwijnt, schept dan geen behoefte tot een afgescheiden bestaansvorm meer. Al zal die pure energie zich vervolgens weer manifesteren in alle andere, nieuwe verschijningsvormen want energie verdwijnt niet.

Een belangrijke conclusie hieruit is dat we het best zo goed mogelijk waken over onze gedachten, woorden en daden. Geen eenvoudige opdracht voor stervelingen die onvermijdelijk fouten maken. Een uiterst langzaam proces van bewustwording, en dit zeker niet louter vanuit onze verstandelijke vermogens maar ook en vooral vanuit het openen van het hart. Prajnaparamita (Skrt, de perfectie van de wijsheid) is bereikbaar voor elk mens, man of vrouw, indien we onze 'vrouwelijke kant' kunnen ontwikkelen of 'open' houden. Volgens de grote Tibetaanse Guru Rimpoche, Padmasambhava, benadert de onbaatzuchtige, ongeconditioneerde      
moederliefde het dichtst het ideaal van de bodhisatva.

Toen ik eind april in Hue vernam dat mijn terugkeer naar Belgie noodzakelijk was, voelde ik een knagend onbehagen. Het afhandelen van administratieve zaken is niet meteen een van mijn geliefde bezigheden, maar mijn onrust had meer te maken met de angst voor nieuwe confrontaties in en met mijn thuisbasis. Mijn relatief lange afwezigheid -ik heb in zijn geheel toch ook weeral meer dan drie jaren in Azie vertoefd- heeft een onvermijdelijke afstand teweeggebracht met familie, vrienden en bekenden, kortom met de hele thuiscultuur. Voelde ik onbewust aan dat ik met mijn soms scherpe woorden mensen ongewild kan raken? Het leven in een omgeving waar weinig oog en oor is voor spirituele verdieping ontlokt me nog altijd te makkelijk kritische opmerkingen. Dat recht heb ik niet. Ik ben verantwoordelijk voor mijn eigen keuzes, anderen voor die van hun. Al probeer ik steeds meer mijn woorden te wikken alvorens ze uit te spreken, oude en ingesleten gewoontepatronen zijn hardnekkig. Met mijn oprechte excuses aan het leven en al degenen die ik ooit onrecht heb aangedaan.

Wat me echter het meest zorgen baart is het vrijwel constante waarnemen dat mensen, mezelf incluis, voor het overgrote deel zelf verantwoordelijk zijn voor het lijden in het leven. Moeder Aarde en de Universele Energie blijven verdraagzaam, oneindig geduldig en vergeeflijk ondanks ons egocentrisch gekonkel. Waarom toch vergeten we dat zo makkelijk? Dat we fouten maken tegen anderen, de wereld en onszelf mag dan al onvermijdelijk zijn, aanvaarden we deze onvermijdelijkheid evengoed wanneer de fouten van anderen onszelf treffen?

Wanneer ik het tijdens mijn verblijf in Hue moeilijk kreeg met geluidsoverlast, overweldigend toerisme of ongebreidelde commerciele belangen, trok ik geregeld de bergen rondom de stad in. Mijn vriend, en vaste motortaxi, 'Duc' bracht me dan naar het hagelwitte en metershoge standbeeld van Quan-Am-Bo-That. Om de bergtop met het beeld te bereiken moesten we, na een rit van ongeveer 40 minuten via zand- of modderwegeltjes en langsheen ontelbare rijstvelden, nog een schier eindeloze reeks trappen bestijgen. Ongeveer om de tien treden plantten we brandende wierookstokjes in de daarvoor voorziene zandspleten. Vietnamezen bidden dan, vragen gunsten aan de 'vrouwelijke Boeddha'. Uit overlevingsnoodzaak maken mensen alras een religie van elk spiritueel inzicht.

Een standbeeld is echter van steen en stof. Daar buig ik me niet voor. Wel voor wat het voorstelt: de vrouwelijke energie in het universum, en ook voor de noodzakelijke bescheidenheid.

Quan-Am, Kwan-Yin, Kanon, Tara... wat stelt een naam voor?
Elke avond, alvorens in te slapen, herhaal ik meermaals de mantra: "Om Tare Tu Tare Ture So Ha." Een onuitwisbare auditieve herinnering uit mijn periode in Kathmandou, Nepal. Simultaan probeer ik bewust te ademhalen, tot ik wegzink in mijn pakhuisbewustzijn. Met dank aan mijn moeder, zuster, dochter, ex-vrouw en de vele vriendinnen in mijn leven. Zal het mij dan nooit lukken om die ene, waarachtige zielsgenote te vinden? "...Bevrijd te mogen worden uit de innerlijke isolatie, om een ander, een 'jij', te mogen ontmoeten van hart tot hart. Van kwetsbare mens tot kwetsbare mens..."*2 . Ben ik daar te complex, te gecompliceerd, te egogericht voor?

In tegenstelling tot wat veel mensen denken, staat de vrouwelijke energie voor wijsheid en de mannelijke voor mededogen. Echter zoals bij alles kennen beiden ook hun tegenpolen: tegenover wijsheid staat kortzichtigheid, tegenover mededogen staat wreedheid. In een sociaal samenlevingsproject kunnen vrouwen het moeilijker krijgen, zij zijn van nature meer geprogrammeerd om het eigen nest uit te bouwen. Mannen kunnen binnen hun samenhorigheidsgevoel makkelijker baldadig, zelfs agressief worden. Perfectie is niet van deze wereld.

's Morgens sta ik op en weet: 'Ik leef nu, nooit geboren, nooit gestorven.' Liefst van al zou ik niets of niemand nog willen nodig hebben. Dat klinkt uiteraard opnieuw zeer egocentrisch, zeker vanuit onze westerse levensopvatting. 'Nodig hebben' sluit nimmer een vraag uit. Als ik je nodig heb, wil ik iets van jou.
Tevreden zijn met het leven zoals het zich aandient. Leven met het zicht op zijn universele betekenis is oneindig verschillend van de vraag of we morgen nog voldoende eten of geld zullen hebben. Daar is Belgie nog niet rijp voor. We klagen en zagen over te weinig zon en over onze bruine medemens die zon en thuisland achter zich liet om hier, net als wij, meer financiele en materiele welvaart te vinden. Voor wat, hoort wat.

Het blijkt ver weg, een droom. Echter voor de volledigheid een stukje uit mijn eerste Engelstalige gedicht:

...
So we can walk together
on water,
fly through all times.
No matter which color of skin or eyes.
No anger, no fear...

Nothing is more bearable
than the grass we walk on.
Beyond the clouds hides
the clear blue sky.
And the warming sun.
Always.

*: citaten uit het boek van Paulo Coelho dat ik van de buurvrouw van mijn zus in bruikleen heb gekregen.
*2: citaat uit 'Meer dan een mens kan doen' van Ton Lathouwers.