donderdag 30 juni 2011

Na mijn diepe meditatie en alvorens aan mijn schilderwerk te kunnen beginnen, moest ik behoedzaam, uiterst traag en vergezeld van gebaren een jong Vietnamees koppeltje vragen de bamboehut te verlaten en een beetje verderop te gaan studeren. Jongeren verzamelen graag om diverse reden op deze gewijde plek en betonen daarbij niet altijd het gepaste respect en gedrag in de pagoda. Echter niet zo bij dit rustig, geneeskunde studerende koppel. Maar ik diende ze aan het verstand te brengen dat een pagoda in eerste instantie toebehoort aan zij die met spirituele activiteiten ten behoeve van universeel belang bezig zijn en, in tweede instantie, pas dan kan gebruikt worden voor hen die willen studeren om zichzelf te verrijken. Vaak ligt de hut, gebouwd als meditatieruimte half over de grote lotusvijver en omringd door prachtige vegetatie, vol met sigarettenpeuken of hangen jongeren er luidruchtig te 'chillen', muziek op de gsm luidopen. Deze aparte locatie is de enige geschikte in de hele pagoda om mijn spiritueel werk te ontplooien en mij om die redenen toegewezen. De monniken respecteren mijn lange meditaties daar en komen geruisloos voorbij tijdens hun wandelmeditaties. De enige rieten mat die er ter beschikking is en het lage bamboetafeltje heb ik nodig bij mijn schilderwerk en vaak moet ik mijn kostbaar materiaal er onbeheerd achterlaten om te gaan eten bv. Het koppeltje had zich mat en tafeltje toegeeigend. Ze respecteerde mijn vraag rustig en gingen verderop aan een stenen tafeltje zitten. Ik heb ze achteraf mijn waardering kenbaar gemaakt door op rituele wijze een exemplaar van mijn werk als geschenk aan te bieden. Ze waren er best blij mee.

Wat later kwam een slungel- met- een- pet in de hut en nam ongevraagd mijn kaft in de handen. Ik gebood hem ze terug te leggen en naar mijn voorbeeld te kijken. Ik verliet de hut, kwam al fluitend en ongeinteresseerd weer binnenwandelen, nam ongevraagd zijn pet van het hoofd en zette die op het mijne. Nog had hij het niet helemaal begrepen want er kon geen a.u.b. bij zijn hernieuwde vraag. Uiteindelijk vouwde hij de handpalmen samen en kreeg hij met respect mijn kaft, ter inzicht, aangeboden.
Het is Thay die mij vraagt de jongeren van zijn land iets bij te brengen. Bij zijn laatste bezoek aan Vietnam had hij zijn bekommernis en verdriet uitgesproken over het gedrag van de jeugd.

De bamboehut doet enigszins denken aan de drijvende hut uit 'Spring, Summer, Fall, Winter...and Spring'. Bij het meermaals herbekijken in het verleden van deze bijzondere, Koreaans boeddhistische film, kon ik niet vermoeden ooit in een vergelijkbare omstandigheid te mogen vertoeven. Een andere prachtprent, de Vietnamees-Amerikaanse film 'Three Seasons', drie verhalen over respectvolle liefde, komt ook vaak opnieuw in mijn geheugen bovendrijven. 'Heaven And Earth' van Oliver Stone ook trouwens. Deze drie films behandelen telkens een ander aspect dat me indertijd tot 'tranen toe' kon beroeren en elk van deze aspecten komt nu vergelijkbaar tot realiteit in mijn leven.

Cyril Papon, een innemende Fransman van midden de veertig en afkomstig uit de 'Perigord', op ongeveer 30 km verwijderd van Plum Village, had het hele tafereel vanop afstand gadegeslagen. We hadden de laatste dagen intense gesprekken gevoerd en hij wou afscheid van me komen nemen want vertrekt morgen verder op zijn zoektocht naar zichzelf. Hij vroeg naar mijn e-mail adres en bood me de frontpagina van zijn Thich Nath Hanh pocketboekje aan om het op te schrijven. Ik vroeg hem naar de reden hiervoor. "De meester en zijn opvolger op dezelfde pagina" was zijn antwoord. "Teveel eer voor mij, maar ik weet dat Thay zijn opvolging wil spreiden over meerdere mensen" was mijn antwoord. Cyril wil me graag helpen bij het opstarten van het Belgisch project. Ik geloof in de belofte van deze fijne mens, we zien mekaar ongetwijfeld weer. Hij zal zijn diensten in Walonie goed kunnen aanwenden.

's Avonds gebood de jonge monnik Man Thien mij met hem te wandelen alvorens te mogen gaan eten. De wijze waarop zinde me niet bijzonder maar ik besloot te gehoorzamen. De Vinayapitaka, een van de drie Tripitaka, de oudste, neergeschreven leringen van de Boeddha op palmbladeren, handelt over de kloosterregels en vraagt aan de leek dit respect voor elke monnik, ongeacht de verhouding tussen beider leeftijd. Geldig voor de tijd waarin die regels neergeschreven zijn maar daarom niet meer in de huidige omstandigheden, maar ik was benieuwd wat de 17-jarige Man Thien me te vertellen had.
Zijn verhaal was redelijk helder. Hij leeft onafgebroken in Tu Hieu vanaf zijn zevende en wil vertrekken. Ik vroeg hem naar waar hij heenwil, of hij nog monnik wil blijven en of hij de toestemming om te vertrekken zal krijgen van de abt. Hij wil als monnik naar China want beheerst de taal en zal hiervoor inderdaad de toestemming krijgen. Zijn vraag-tussen-de-lijnen was of ik dat kon goedkeuren. Hij wilde mijn reactie polsen. Ik voel Man Thien aan als een sterke, ietwat dominante persoonlijkheid die nog veel moet maar ook kan leren. Zijn keuze is moedig en terecht en hij heeft hoogstwaarschijnlijk een verleden dat hem roept naar China.
Tijden zijn veranderd. Het moment is rijp om in te zien dat een monnik zijn, een opdracht in het hart betekent en niet afhankelijk is van het dragen van het bijhorende gewaad, zelfs niet van het officieel afleggen van een eed. Ik voel me reeds geruime tijd een monnik, word ook zo aanzien door nogal wat mensen, maar dat zal me niet beletten om eventueel te hertrouwen. Indien een eed enkel maar wat uitgesproken woorden zijn, betekent hij niets. Je gedachten en daden zijn de enige erfenis die je nalaat.

Alvorens de refter binnen te stappen, blijf ik steeds onbeweeglijk buiten staan, de handen gevouwen en het hoofd gebogen. Ik wacht tot elke monnik of kloosterbewoner zijn voedsel heeft opgehaald en tot iemand onder hen mij uitnodigt om hetzelfde te doen. Op deze wijze ben ik de respectvolle bedelmonnik, welbekend in landen met een Theravada traditie (Sri Lanka, Thailand, Myanmar, Cambodja) maar blijkbaar niet meer daarbuiten. Vele jonge monniken laten mij daar onverschillig staan, ook zo de abt (die nog maar anderhalf jaar in dienst is).
Het is spreekwoordelijk dat het telkens dezelfde twee monniken zijn, Phap Chi en Phap Chung, die mij wel uitnodigen om te gaan eten. Zij zijn de echte, veelbelovende toekomst van dit klooster. Ik kwam in de gelegenheid om de eerste vandaag toe te vertrouwen dat Thay heel blij is met zijn ingesteldheid. Phap Chung zal ik dat later nog melden. Beide hebben een open en blije gelaatsuitdrukking, niet dat verkrampte wat ik al te vaak bemerk bij de anderen.
Thay is bedroefd over de heersende gang van zaken in zijn moederklooster. Vele monniken verlaten voortdurend het klooster tijdens de driemaandelijkse zomerretraite, daarbij zelfs de motorfiets, opgestart binnen de kloostermuren, gebruikend om iets kleins op te halen in de aanpalende 'Nunery'. En dit is nog maar een voorbeeld van de vele zaken die best anders mogen geschieden. De abt laat zich zelden zien, vermengt zich niet onder zijn kloosterlingen en dwingt weinig respect af. Mij gunt hij amper een blik, laat staan een woord, al heb ik reeds in het begin om een onderhoud gevraagd. Mogelijk wil hij zichzelf inwerken en neemt hij zijn tijd om de zaken te observeren. Ik hoop dat alvast. Mij tegenwerken doet hij alleszins ook niet. Ik blijf dankbaar voor de mij geboden kansen en luister naar de boodschappen die me doorgestuurd worden.

Het kan als een paradox overkomen wanneer ik tegelijkertijd beweer vanaf nu mijn eigen leraar te zijn en tevens mijn ware leermeesters te hebben gevonden. De meester verschijnt als de leerling daarvoor rijp is. Ik moest wachten totdat ik in mezelf het inzicht en de juiste vibratiegolflengte kon vinden en leren aanwenden. Dat moest en moet ik mezelf leren. De boodschappen van verder gevorderde leraren begrijpen en juist kunnen doorgeven. Ik ben en blijf nederig dankbaar dat ik mij vanaf nu kan verbinden met de 'universal mind' en alzo serieuze trappen heb mogen opschuiven. Er is echter nog veel werk te leveren en beheersing aan te leren, echter zonder weg terug. Ik voel dit aan mijn huidig niveau als Thu Phap schilder.

Gisterenavond kreeg ik een uiterst fijngevoelig bericht op mijn gsm van Chung. Ze begint mij zonder twijfel graag te zien. Ook zonder weg terug?  
 

dinsdag 28 juni 2011

Vandaag zijn de klimatologische omstandigheden bijzonder zwaar vanwege de hoge vochtigheidsgraad. Echt tropisch weer waarmee mijn zweetvocht geen blijf weet. Het liefst van al zou ik voortdurend onder een koude douche willen staan. Ik mag me gelukkig prijzen momenteel niet in het centrum van een stad te vertoeven want de combinatie met de luchtvervuiling daar maakt het alleen nog erger. Alhoewel, ik ben er toch ongeveer een uurtje naartoe gemoeten want moest een interessant item gaan ophalen. Met Vinh's motorfiets kriskras door het drukke verkeer, iets wat ik de laatste dagen voor mijn vertrek naar de Tu Hieu pagoda vaak heb moeten doen. Ik moest behoorlijk wat gerief aanschaffen om mijn toekomstplannen concreter vorm te geven en een en ander vroeg een stevige zoektocht. Motor op, motor af, winkeltje in en uit, voortdurend informatie opvragend over de geschikte leveranciers en het verkrijgbare materiaal. Ik wilde mij een zo volledig mogelijke en professionele uitrusting van een oosters kalligrafisch schilder aanschaffen en dat gerief heb ik niet zonder moeite weten te bemachtigen. Daarbij ben ik op een bepaald moment, in de loop van zondag jongstleden, zelfs mijn reguliere bril kwijt gespeeld want moest in de donkere winkeltjes voortdurend wisselen met mijn zonnebril. Dus opnieuw naar al de plaatsen waar we geweest waren en uiteindelijk beschaamd het uiterst belangrijk kleinood op mijn kamer teruggevonden. Daar was ik in de tussentijd enkele malen gerief gaan afleveren en een nieuwe, geschiktere tas gaan ophalen. Dit soort verstrooidheid kan de bestuurder zich in dit verkeer niet permiteren. Ik heb al eens eerder in gedachten de vergelijking gemaakt met een oosters gevecht waarbij het geringste concentratieverlies je de duimen doet leggen.

Maar goed, fier als een gieter, gebogen over het gekochte rijstpapier, langharige Chinese penselen, inktstaafjes, stempelkussen...enz., kon ik gisterenavond van start gaan met mijn eerste uitprobeersels. Aanvankelijk schuchter en onhandig enkele vellen kostbaar papier verknoeiend, -we zullen dat als leergeld moeten beschouwen-, later gaandeweg met meer durf en zwier. Het was reeds een eind voorbij middernacht toen ik mijn eerste, redelijk geslaagde pogingen op de vloer van mijn kamer kon uitstallen. Alleen de rode stempel, bewijs van echtheid en voornaamheid want enkel toebehorend aan de artiest zelf, ontbrak nog want de hardhouten stempelhouder moest nog uitgesneden worden door de 'sculpteur'. Die stempelhouder zijn we dus vandaag gaan ophalen en het resultaat van de, met deze stempel afgewerkte Thu Phap bladeren mag volgens de monniken gezien worden.
Ik dien me echter nog verder te bekwamen en dat ga ik vanaf morgen, telkens na een uur mediteren, op dezelfde plaats trachten te leren, mijn eigen leraar en criticus daarbij spelend. Geen enkele monnik in de pagoda kan me daarbij van dienst zijn want niemand beheerst de kunst.
"Welke stijlrichting volg je?" vroeg Phap Chi. "De mijne." antwoordde ik hem, daarbij mijn nederigheid trachten te bewaren. "Ik ben artiest voldoende om mijn eigen stijl te ontwikkelen. Trouwens bij echte Thu Phap kan dat moeilijk anders want het is een gevolg van mijn meditatie en dient volkomen beheerst en natuurlijk aan te voelen." Niemand dient een volgeling te zijn, het komt erop neer je eigen boeddhanatuur te ontdekken, je met je ware centrum te verbinden en te aanvaarden wie jij bent. Ik weet dat ik het potentieel in mij heb om me tot een ware meester in deze edele kunst te ontplooien. Ik beschik zo ook over een sterk medium om mijn inzichten kenbaar te maken en door te geven. Wat ik vanaf nu ook sterk besef is dat ik tot de opvolgingslijn (lineage) van Thich Nath Hanh en Wu Wei behoor en dat zij mijn directe leermeesters zijn die me woordenloze boodschappen kunnen doorgeven. Wu Wei, die een goede vriend van Thay is (beiden behoren tot het Pure Land Buddhism) had mij al op deze weg gezet door mij, via zijn assistent, enkele tuben zwarte olieverf en wat penselen door te spelen toen ik in Maleisie was. Thay zelf is een groot liefhebber van Thu Phap maar ik kan daarin verder groeien dan hem.

Mijn werk als grootmeester in deze kunst kan me voldoende geld gaan opleveren om met mijn projecten van start te gaan. Stap voor stap, beginnend bij de onderste treden. Op termijn zal er echter meer nodig zijn maar ik zal kunnen rekenen op invloedrijke steun. Alles ligt nu in mijn handen, ik heb de keuze om me op de verdere weg te begeven of in verslavingen ten onder te gaan. Voorlopig dien ik Chung de nodige tijd te geven maar kan ik haar aantonen dat het mij menens is en dat ik haar kan helpen (en andersom) om haar vrij te maken van tenminste een van haar twee jobs. Slechts dan kan die onmenselijk uitputtende toestand een halt toegeroepen worden en kan zij klaar beginnen zien in haar, onze toekomst.
Het is Thay's wens om als bodhisattva-beschermer van de aarde, een centrum op te richten in Belgie en nog andere Europese landen. Hij weet dat zijn tijd begint te korten en zoekt zijn opvolging te verdelen over meerdere mensen. Ook de Dalai Lama spreekt erover dat zijn opvolging wel eens uit een groep mensen zou kunnen bestaan. Onze bekommernis over de mensheid, ons gevoel voor universele verantwoordelijkheid vraagt om dergelijke indringende veranderingen. Te starre tradities blokkeren, of tenminste stagneren, teveel en dat is, gezien de ernst van de huidige omstandigheden, zeer ongunstig. Echter niets mag overhaast gebeuren. Wie te snel wil lopen, riskeert te zullen struikelen.

Dat te snel willen vooruitgaan, dat ongeduldige, heeft de Vietnamese jongeren stevig in de greep. Het stoorde mij de laatste tijd dat ze bijzonder slecht kunnen luisteren. Ik moet mijn zaken steevast tot driemaal toe opnieuw uitleggen, ze daarbij bijna dwingen om rustig te luisteren. Terwijl ze met je bezig zijn, worden ze voortdurend onderbroken door andere ongeduldige jongeren en lenen ze zich daar ook toe. Door dit tekort aan respect en geduld ontstaan er vaak misverstanden en mistoestanden. In de pagoda kreeg ik echter de kans van Phap Chi om hem te assisteren bij zijn onderricht aan enkele universiteitsstudenten. Ik heb hen daarbij duidelijk kunnen uitleggen dat bidden tot en gunsten vragen aan de Boeddha of QuanAm (Quanyin in China, Kannon in Japan, de vrouwelijke tegenhanger van de Boeddha) tot niets dient want dat beiden slechts symbolen voorstellen en dat de verantwoordelijkheden in hun leven bij henzelf liggen. Phap Chi betoonde zich zichtbaar tevreden, tevens omdat een dergelijk onderricht in de Engelse taal nog andere voordelen met zich meebrengt. Ook voor hemzelf trouwens. Ik zie hem nog uitgroeien tot een heel groot leraar, in en buiten zijn land. Daar zijn niet alle monniken toe in staat.

Ik ben deze voormiddag terug begonnen met yoga en ChiGong. Dat was geleden van in Nilambe te Sri Lanka waar ik echter wel uitzonderlijk goede leermeester moet gehad hebben want ik verbaasde mezelf door mij er nog verscheidene oefeningen van te kunnen herinneren. Het resultaat is echter dat ik mij deze avond behoorlijk stijf voel over het gehele lichaam. Ik was domweg vergeten mijn spieren eerst op te warmen. Dat zal waarschijnlijk geen tweede maal gebeuren.
Ik ga nog wat rode stempels, gemaakt naar een eenvoudig eigen ontwerp, onder mijn schrijfsels zetten, even naar het wereldnieuws op CNN kijken en op tijd trachten te gaan slapen. Reeds weken slaap ik weinig meer dan drie tot vier uurtjes per nacht, voorlopig voldoende al voel ik toch dat ik daar niet onbeperkt mee ga blijven toekomen.  

zaterdag 25 juni 2011

Ik hou intens van de vrouw, koester zelfs de vrouwelijke kant in mezelf. In Nepal vertelde een van hen: "Geef je geld aan een vrouw, dan geef je geld aan een gezin. Geef je geld aan een man, dan geef je geld aan die man."
Ik bewonder diep dat zachte, dat verzorgende. Overal in Azie zie ik vrouwen koken, wassen, kuisen, opdienen, afruimen, werken, hun kinderen dragen en hun echtgenoot verdragen...Europese vrouwen, voel je a.u.b. niet gekwest. Jullie doen dat ook nog steeds, al zie ik bij de jongeren onder jullie deze fijne kwaliteit alsmaar meer vervangen worden door mannelijke brutaliteit en opeising van persoonlijke rechten. Vanzelfsprekend hebben vrouwen hun rechten. Dezelfde universele rechten van elk menselijk wezen. Vrouwen zijn gelijkwaardig aan mannen maar beiden zijn niet gelijksoortig. Je wezenlijk goede geaardheid verspillen in de valse hoop op deze wijze gerespecteerd te worden, mondt steevast uit in een devaluatie. Blijf sterk, blijf vrouw! Niet het fijngevoelig vrouwelijke zijn dient te emanciperen, het rationeel-egocentrisch mannelijk zijn dient te 'evrouwciperen'.
Beter nog zouden we mekaar aanvullen tot het prachtige symbool van de yin-yang cirkel, compleet met zwarte 'foetusbel' en witte stip tegenover de witte met zwarte stip

Het is de seksuele gedrevenheid, -energie zo je wil-, die van de man een jager maakt. En jagen op groot wild doen we reeds sinds de oertijd. Dat deden we altijd in groepsverband. Samen waren we sterk. Mannen houden van kameraadschap en zijn blij als ze de trofee, de homp vlees op de tafel kunnen presenteren. Ze bouwen graag het huis rond hun gezin en beschermen wat graag hun vrouw en kinderen, dit alles vlotjes als hun eigendom beschouwend. Voor de rest: handen af van mijn bezit, al verliezen sommigen nooit de 'goesting' in dat jagen. Wezenlijk zijn we allemaal 'voyeurs', uitzonderingen niet te na gesproken.
We houden van samen brallen en drinken. Alcoholisme is een typisch mannelijke aandoening.

Vrouwen voelen zich graag het object van de mannelijke begeerte. Ze weten, al dan niet bewust, dat hun lichamelijke schoonheid hun sterkste aantrekkingskracht is en blijven zich daarom voortdurend ongerust maken over hoe ze eruitzien. Sommigen gaan daarin zover dat ze zich uithongeren. Anorexia is een uiterst pijnlijk voorbeeld van vrouwelijk waandenken.
Vrouwen zijn veel individueler ingesteld, twee vrouwen aan dezelfde kookpot geeft gegarandeerd problemen. Terwijl de mannen de gemeenschap trachten te organiseren, doen zij dat met hun gezin. Hun kinderen komen daarbij, overigens zeer terecht, op de eerste plaats. Het gekende verhaal van Socrates en Xantipe, maar ook van Sakhyamuni en zijn vrouw (wiens naam ik momenteel niet uit mijn geheugen kan opdiepen).
Vrouwen zijn wezenlijk 'exhibitionisten', ook uitzonderingen niet te na gesproken.

Het wiel van Samsara blijft altijd doordraaien, somtijds oprechte liefde, somtijds in haat uitmondende zelfliefde genererend. Hier tussenin bevindt zich een heel scala van emoties, vertwijfelingen, angsten, onzekerheden en andere bitter-zoete gewaarwordingen. Of ik hier nog in wil meedraaien, is de grootste vraag die ik mezelf momenteel moet stellen.

Mijn reisje van DaNang naar Hue verliep geenszins vlekkeloos. Loze beloftes, misbegrepen boodschappen, winstbejag en tekort aan respect maakten dat ik mijn busticket dubbel heb moeten betalen, een nachtje langer in DaNang heb moeten doorbrengen, en mij uiteindelijk de meest ongunstige plaats op de slaapbus werd aangeboden. In het midden, helemaal achteraan. De meest smalle, de korste en de laagste slaapplaats. Ik kon mijn benen niet strekken, niet rechtzitten en zelfs niet bewegen zonder de slapende mensen naast mij te storen. Geen fris airco-briesje op deze plek, drie volle uren onderweg. Waarschijnlijk daarom de enige plaats die nog vrij was. Nergens in dit land, buiten DaNang, heeft men mij zo slecht behandeld. Het verhaal is veel langer maar ik bespaar jullie de details.

Toen Chung me gisterenavond onverwacht terug in de bar zag binnenkomen, vroeg ze naar de reden hiervoor. Ik vertelde haar het hele trieste verhaal maar ze luisterde slecht en verstond ook te weinig Engels zodat ze mij uiteindelijk de schuld gaf van mijn onfortuinlijkheid. Ik was ditmaal bij de onderhandeling over het ticket, en de niet gehouden beloftes hierover, op mijn punt blijven staan en eiste een correcte behandeling. Daar ze zich, omwille van de heersende werkomstandigheden en een chronische oververmoeidheid, niet in de mogelijkheid bevond om goed naar mij te luisteren, besloot ik haar een zoveelste notabriefje te overhandigen.
"I can understand that you try to defend your people. But you are with 87000000 and I am alone in a strange country that's not my homeplace. I need to defend myself."
Ze keek begripvol en beschaamd in mijn richting. 's Nachts, omstreeks 1u, zond ze mij een wanhopig klinkend berichtje. Geboren in een arme plattelandsfamilie, kan en wil ze van mij niets materieels meer aannemen. Ze weet dat ik het nodig heb om enige tijd mezelf af te zonderen tussen de bomen, lotusbloemen in de vijver en rondfladderende reuzevlinders in de pagoda. De echte reden om me daar steeds opnieuw naartoe te begeven is de rust, niet het stenen boeddhabeeld.
Ik wacht nu geduldig op haar vraag om mij weer te zien. Zo niet, ook goed.

Terug op mijn vertrouwde plek in Hue, werd ik bijzonder hartelijk ontvangen.
De ervaren, keiharde maar steevast correct handelende, vrouwelijke manager keek mij langdurig en recht in de ogen met een blik die ik nog maar zelden van een vrouw heb gekregen. Moet ik opletten voor vrouwen of voor mezelf?
Morgen dompel ik me opnieuw onder in een zelfgestuurde meditatiecursus. Vanaf nu ben ik mijn eigen leraar.

De jonge Finse bioloog (reisgenoot naar Hue City) vertelde mij dat ecologie niet zijn domein van interesse is. Hij wil zich specialiseren in het lab omtrent het commercieel nut van fruitvliegen. Ik vertelde hem over de gevaren van de geopende doos van Pandora die wereldwijd de bijen aan het vernietigen is. Zijn interesse was gewekt. Hij wist niet dat het financieel belang van universiteiten, die steevast een sterk antibioticum aanprijzen ter onderdrukking van de natuurlijke vijanden der bijen, aan de basis kan liggen van de uitdroging van ons voedselketen.
Hij beschikt over een uiterst beperkt reisbudget en kan slecht slapen door het overal aanwezige lawaai in Vietnam. Ik bood hem mijn oordopjes van bijenwas aan. Als je die tussen je handen opwarmt en in je oren stopt, nemen die de vorm van jouw lichaamsomstandigheden aan. Op mijn informatie over de gratis verblijfsmogelijkheid in boeddhistische pagodas reageerde hij heel positief. Ik ben echter niet in de gelegenheid gekomen om hem over mijn 'wonderdruppels' propolis (een sterke, want 30% concentratie van een bijproduct van honing) te spreken. Mogelijk het belangrijkste medicijn voor innerlijke en uiterlijke verwondingen op wereldreis.
De Belgische, vrouwelijke, imker die deze druppels aan mij verkocht heeft, wist me te melden dat dit bijenprobleem volkomen natuurlijk kan opgelost worden. Namelijk met Eucalyptus, een boom die in zowat iedere extreme omstandigheid kan overleven.
'Begrijpe wie begrijpen kan.'

Ik vertelde de bioloog over mijn vraag, destijds meermaals gesteld aan mijn leerlingen: " Ik heb in mijn ene hand een laptop, een spiksplinter nieuw exemplaar en meest recente uitvoering, in het andere een minuscuul zaadje van een eikenboom, goed voor honderden jaren zuurstoflevering en luchtverversing. Wat kies je?" Telkenmale koos 95% onder hen voor het eerste.
Hij knikte meewarig met het hoofd.
Zelfs al heb je je computer zelf aangeschaft, met je eigen centen betaald, dan nog heb je dit apparaat uiteindelijk ter beschikking gekregen. Want je hebt dat geld kunnen verdienen dankzij de mogelijkheden die jou zijn aangeboden. Je hebt mogen studeren of op een andere wijze je talenten kunnen ontwikkelen. Anderen hebben hun technologische kennis aangewend om die computer te kunnen ontwikkelen. De computer zelf bestaat uit bestanddelen die door de aarde zijn aangeleverd. Steeds verder doorredenerend komen we uiteindelijk bij de ultieme realiteit der dingen terecht. Bij de quarks of nog kleinere, nog niet ontdekte elementen (kalapas in boeddhistische terminologie).
De relatieve realiteit is dat die computer je vele mogelijkheden tot goed gebruik of misbruik kan aanbieden maar uiteindelijk niet kan functioneren zonder elektrische voeding. Binnen luttele jaren is het toestel gedateerd en zal dan het milieu vervuilen als overbodige ballast. Ook de eikenboom zal ooit verdwijnen, dat staat vast, maar het behoeft geen verdere uitleg hoe de waardenverhouding zich relateert.
Wanneer we vanuit boeddhistisch standpunt spreken over de 'onwetendheid' dan spreken we over het niet beseffen van de voorgenoemde achtergrond der dingen. We doen al te gemakkelijk onze dagelijkse zaakjes, denkend dat dit heel normaal en vanzelfsprekend is omdat iedereen zo doet. 'Together we are one' maar kuddegeest laat al de andere schapen mee de gracht in tuimelen wanneer het eerste schaap erin valt.

Drie jaren geleden stond ik tijdens mijn bezoek aan Plum Village op een bepaald moment zeer dicht bij Thich Nhat Hanh (tiknjataan). Toen, terwijl hij mij stilzwijgend recht in de ogen keek, heeft hij mij de opdracht gegeven naar zijn moederklooster, Tu Hieu Pagoda in Hue City, te gaan voor verdere ontplooiing.
Thay is klein en tenger van gestalte maar een groot mens. Een groot leraar en een bijzonder Vietnamees. Hoe kan ik anders dan ook van zijn zo geliefde land te houden?